Ontstaan

Historiek van de buurtwerking in de Gijmelbergwijk

A thing of beauty is a joy forever

Met deze eenvoudige expressie verwoordde Keats wat het betekende om de inhoud van een landschap, een verheerlijking, een samenwonen van verschillende groepen van culturenen eigengereidheden samen te kunnen laten smelten en om samen te kunnen werken aan een omgeving waar het goed is om te wonen, een plaats om te kunnen genieten van de schoonheid van het leven.

In 1973 werd de Gijmelbergwijk in twee fases opgericht met de bouw van 120 woningen in een eerste fase. Nadien werd er nog voorzien in de aanbouw van 82 woningen. De Aarschotse Bouwmaatschappij voor Goedkope Woningen hield rekening met het harmonisch geheel van de woonwijk en legde de klemtoon vooral op de voortuintjes en de groene zones.Vier jaar na de bewoning van de huizen staken toch enkele personen de hoofden bij elkaar. Zij zagen de noodzaak om samen te leven, niet ieder apart te wonen en een gemeenschap te vormen waar het aangenaam was om te wonen. Een eerste vorm van verstandhouding tussen de bewoners bestond in het samen delen van de afscheiding tussen de huizen. Dit lijkt een onbelangrijk feit, maar voor de toenmalige bewoners was het zeer belangrijk.Anderhalf jaar later werd er gesproken over de officiële inhuldiging van de Gijmelbergwijk. Op 20 mei 1975 was er de stichtingsvergadering van de VZW Gijmelbergwijk. De aanwezige vrijwilligers waren Theo Van Dijck, Luc De Meyer, Gust Oostens, Marcel Cornelis, Gilbert Verlinden, Jan Discart, Jos De Winter, Paul Schoolmeesters en Maurice Verreckt. Deze onbaatzuchtige personen hebben er voor gezorgd dat de wijk een plaats is waar men goed kan vertoeven, waar men elkaar probeert te helpen, waar men elkaar probeert te verstaan.
Hun eerste bezorgdheid ging uit naar de jeugd, een veilige plaats om te kunnen spelen ( er waren toen ongeveer 300 kinderen). Van de maatschappij kregen zij toen de beschikking over een klein stukje bos, waarop dit ogenblik de Blokhut staat. Met man en macht hebben zij het bos opgeruimd en er een speelplaats van gemaakt voor de kinderen. Ook de verkeersveiligheid was belangrijk. Aan de wijkbewoners werd dan ook gevraagd, via het maandelijkse tijdschriftje, om hieraan de nodige aandacht te besteden.

De inzet van deze vrijwilligers kende geen grenzen en zij bleven ijveren voor een verdere ontplooiing van de Gijmelbergwijk. De verkeersveiligheid kwam meerdere malen ter discussie; er zou een ontmoetingsplaats komen voor de bewoners; er zou een dienstverlening georganiseerd worden door de leden van de VZW en er werd een tijdschrift voor de wijk DAG gepland. Het merendeel van deze plannenwordt mettertijd ook uitgevoerd.

Het hoofddoel van de vrijwilligers die hun tijd aan hun buurt besteedden was kort en bondig: samenhorigheid en een goede samenwerking bevorderen. Het Schepencollege werd trouwens niet ongemoeid gelaten en de activiteiten stapelden zich op, dit trouwens niet alleen voor de bewoners van de Gijmelbergwijk maar ook voor de omliggende woonwijken. Getuige hiervan in het Klampernieuws van 28 mei 1977 waarin Frans Deboes aan het woord is: 'Verleden vrijdag werd op initiatief van het wijkcomité Gijmelberg een zeer interessante diareeks vertoond in verband met woonerven …één hoofddoel wordt nagestreefd: het autoverkeer aan banden leggen d.w.z. de voetgangers en fietsers krijgen voorrang op de auto's. Loont het niet de moeite om deze mogelijkheden in samenspraak met verenigingen en bewoners te bestuderen of zal alleen de auto steeds alle voorrechten verkrijgen en steeds meer ruimte en plaats blijven opeisen?' Ook het groen, de groenperken en de zitbanken kwamen op de dagorde.

 Het meest inspirerende feit was de opbouw van de blokhut. Aangezien er in een woonwijk als de Gijmelbergwijk alle geledingen van de maatschappij wonen was het onontbeerlijk dat er een ontmoetingscentrum werd opgericht. Dit buurthuis werd door de toenmalige bestuursleden en vrijwilligers zelf gebouwd en ingericht. Eigenhandig en met eigen middelen werd er een blokhut gebouwd op het huidige terrein. Deze ontmoetingsplaats is nog steeds een heimat voor vele toen nog jeugdige bewoners. Hun herinneringen aan deze blokhut weerspiegelen zich momenteel duidelijk in de vertegenwoordiging in de huidige beheerraad. Het buurthuis werd druk bezocht en er werden allerhande activiteiten georganiseerd: kaartspel, jeugdnamiddagen, sinterklaasfeesten, deelname aan de Sint-Rochusfeesten, filmvertoningen, fotografie, het organiseren van 
 
Op een bepaald ogenblik verminderen de activiteiten van de VZW als gevolg van het feit dat de blokhut afbrandde. De gezamenlijke uren die de bewoners in het buurthuis bij elkaar konden vertoeven, met de kaarten konden spelen, gewoon gezellig samen zijn, even bijpraten, enz. behoorden plots tot het verleden. Het onmiddellijke gevolg was dat de samenhorigheid langzaam maar zeker afbrokkelde. Een nefaste situatie voor de bewoners en uit een eerste enquête bleek immers dat de behoefte aan een ontmoetingscentrum een hoogdringend karakter had.
 
Enkele jaren geleden werd door de federale regering het SIF (Sociaal Impuls Fonds) opgericht. Onder auspiciën van de gemeente werd er een opbouwwerkster aangesteld, mevr. Lieve Lenders. Deze opbouwwerkster werd belast met het zoeken naar nieuwe vrijwilligers om het wijkcomité en de buurtwerking een nieuwe stimulans te geven. Na maandenlange opzoekingen en besprekingen werden uiteindelijk een 15-tal vrijwilligers gevonden die zich opnieuw willen bezighouden met het opnieuw opstarten van een vernieuwd en dynamisch wijkcomité. Deze werden verkozen op de algemene vergadering in de zomer van 1998. De financiële middelen die nog overbleven van de vorige VZW werden overgedragen aan het nieuwe comité.
 
De vernieuwde start werd dan genomen na één week. Na enkele maanden van hard labeur waren er reeds enkele projecten in realiteit van start gegaan. Zo kon de jeugd opnieuw gaan zwemmen, gaan schaatsen, werd de jaarlijkse reis georganiseerd, werden er fietstochten en wandelingen georganiseerd. In samenwerking met enkele schepenen en personen van het gemeentebestuur werd er hard gewerkt aan de wederopbouw van het buurthuis De Blokhut.

Uiteindelijk was het de bedoeling van de buurtwerking en het wijkcomité dat de Gijmelbergwijk er in de toekomst als volgt uitzag:

· een wijk waar iedereen aan zijn trekken kan komen, van arm tot rijk, van jong tot oud

· een wijk waar iedereen kan deelnemen aan sport en cultuurleven

· een wijk waar iedereen gelijk moet behandeld worden

· een wijk waar het goed is om wonen

· een wijk waar iedereen zich goed voelt

· een wijk als een voorbeeld kan dienen voor vele gelijkaardige wijken in heel België
 

Deze tekst werd opgesteld door Jos Van Herpe ter gelegenheid van de officiële opening van het buurthuis De Blokhut.

29 oktober 1999

Powered by WordPress | Designed by: NewWpThemes | Thanks to Free WordPress Themes